PERSBERICHT

Hoe herken je pijn die tussen de oren zit?

 

Spier- en gewrichtspijnen zijn veel voorkomend in de Westerse samenleving. Wanneer deze spier- en gewrichtspijnen chronisch worden, dan heeft dit vaak een groot verlies in levenskwaliteit en een toename in de medische kosten tot gevolg. Chronische pijnen in het bewegingsapparaat, zoals aanhoudende whiplashpijn of lage rugpijn, zijn dan ook één van de grootste slokkoppen van het budget van de ziekteverzekering. Dit maakt van chronische pijn één van de grootste socio-economische problemen van onze samenleving. Heel wat geld en tijd wordt daarbij geïnvesteerd in de vaak vruchtenloze zoektocht naar een oorzaak voor die chronische pijnen in het bewegingsapparaat. De conclusie van al die gespecialiseerde onderzoeken is dan vaak dat er niets werd gevonden en bijgevolg alles in orde is; de pijn zit tussen de oren.

 

Voor dit soort onverklaarbare pijnen is er een wetenschappelijke verklaring: ze zijn een gevolg zijn van een overgevoelig centraal zenuwstelsel. De kern van de problematiek situeert zich bijgevolg niet in de spieren of de gewrichten, maar wel in het centraal zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg). De pijnverwerkingsprocessen in de hersenen en ruggenmerg zijn overactief, waardoor ze te heftig reageren op vaak banale prikkels. De pijndempende mechanismen (‘de rem’) in het lichaam van mensen met een chronische pijn functioneren niet meer naar behoren. Bovendien zijn de pijnversterkende mechanismen (‘het gaspedaal’) in hun lichaam overactief. Ga maar eens de baan op met een wagen zonder rem en met het gaspedaal van een Ferrari…

 

Onverklaarbare chronische spier- en gewrichtspijnen zitten dus wel degelijk tussen de oren, maar niet in de figuurlijke betekenis. Het gaat zeker niet om ingebeelde pijnen; dit type pijn wordt ‘echt’ ervaren door de patiënten en is bijzonder invaliderend. Hoe kan men weten of de pijn afkomstig is uit het bewegingsapparaat of net een gevolg is van een overgevoelig centraal zenuwstelsel? Jo Nijs van de vakgroep menselijke fysiologie van de Vrije Universiteit Brussel heeft samen met Boudewijn Van Houdenhove (KUL) en Rob Oostendorp (Radboud Universiteit Nijmegen) hiervoor richtlijnen opgesteld.

 

Ten eerste kan men kijken naar de medische diagnose: pijn ten gevolge van een overgevoelig zenuwstelsel komt vaak voor bij mensen met een chronische whiplash, artrose, fibromyalgie, chronische lage rugpijn, reuma, chronische hoofdpijn etc. Ten tweede wordt men door het overgevoelig zenuwstelsel gevoelig voor allerhande prikkels zoals druk, geluid, licht, geuren, medicatie, pesticiden, koude en ook stress. Vaak treden er ook ‘centrale’ klachten simultaan op, zoals vermoeidheid, slaapproblemen of concentratiestoornissen. Ten derde reageren mensen met een overgevoelig zenuwstelsel vaak slecht op gangbare behandelingen.

 

Mensen met chronische pijn die zich hierin herkennen, gaan best naar een zorgenverstrekker gespecialiseerd in het bewegingsapparaat (vb. manueel therapeut) voor een professioneel oordeel. Immers, wanneer een overactief zenuwstelsel verantwoordelijk is voor de pijnklachten, dan moet de behandeling daarop worden afgesteld. Een behandeling gericht op de spieren en/of gewrichten heeft in dat geval nog weinig zin. Het ultieme doel van de behandeling is in dat geval het centraal zenuwstelsel tot rust brengen.

 

Referentie:

“Recognition of central sensitization in patients with musculoskeletal pain: Application of pain neurophysiology in manual therapy practice” (Masterclass)

J Nijs, B Van Houdenhove, RAB Oostendorp

Manual Therapy 2010;15:135-141.

 

Meer informatie:

Prof. dr. Jo Nijs: 0496- 46 25 72

jo.nijs@vub.ac.be

 

Persdienst Vrije Universiteit Brussel

Karolien Merchiers: 02-629 21 37 of 0473-96 41 37